fbpx
 

Terug in de tijd met Hubrecht Duijker

Afgelopen winter brachten we een bezoek aan onze favoriete Nederlandse wijnschrijver: Hubrecht Duijker. Hubrecht ontvangt ons thuis in Abcoude. In zijn knusse huis vallen niet de wijnflessen- of boeken op, maar juist de schilderijen. Het huis hangt er vol mee. De productiefste wijnschrijver van Nederland met meer dan honderd boeken op zijn naam, is ook een bedreven hobbyschilder. Tijdens een twee uur durende zit aan zijn keukentafel, praten we over hoe hij wijnschrijver is geworden, het grote publiek wist te bereiken en hoe hij – na het proeven van duizenden wijnen – fit is gebleven.

Je huis hangt vol met zelfgemaakte schilderen. Zijn er gelijkenissen met het schilderen en wijnschrijven?

“Nee niet echt. Wel begon ik beide bezigheden als leek. Toen ik twee jaar geleden startte met een schildercursus moest mij worden uitgelegd wat acrylverf was, ik had werkelijk geen idee. Zo ben ik ook begonnen met wijn, ruim een halve eeuw geleden. Als accountmanager bij een reclamebureau kreeg ik per toeval het verzoek om in mijn vrije tijd een kwartaaltijdschriftje samen te stellen, voor Wijn Verlinden. Ik had het zelf bedacht; ‘Wijn & Spijs’. Omdat ik dagelijks teksten onder ogen kreeg van grote copywriters, ging het schrijven me goed af. Inmiddels had ik uit liefhebberij het Slijtersvakdiploma gehaald, toen de enige wijncursus, en veel over wijn geleerd via de publicaties van Engelse auteurs. Engeland kent namelijk een lange wijnschrijftraditie. In eigen land was het toen vooral Wina Born die schreef over wijn. In prachtige taal, maar wel in een barokke stijl; ik herinner me een wijn die haar deed denken aan ‘galmende kerkklokken’. Als beginnende wijnliefhebber kreeg ik terstond een minderwaardigheidscomplex bij haar schrijfwerk: zou ik ooit zo kunnen proeven?” 

Hubrecht poserend voor zijn eigen werk

De nuances die wijnproeven met zich meebrengen, zijn soms lastig te beschrijven. Hoe vertaal je wijn in woorden?
“Het is inderdaad moeilijk om een impressie over te brengen van het ene zintuig naar het andere. En bovenal om bevindingen helder te formuleren, zonder dat het saai wordt. Het hielp mij om niet snel tevreden te zijn. Wat ik nu ook heb met mijn schilderijen. En dan ineens heb je de smaak letterlijk en figuurlijk te pakken, en lukt het om bevindingen te vatten in woorden. Om de wijnmaaktechniek onder de knie te krijgen is een opleiding chemie nodig, mijn kennis is nog steeds beperkt op dat vlak. Ik studeerde wel aan de Wijnacademie om Vinoloog te worden – een titel die ik zelf heb bedacht en die zelfs in de Van Dale staat.”

Veel Nederlandse wijndrinkers kennen jouw naam. Hoe lukte het je om uiteindelijk het grote publiek te bereiken?

“In mijn beginnerstijd was de wijnwereld erg klein. Hij bestond voornamelijk uit Frankrijk. Duitsland en Spanje speelden toen nog een kleine rol. Albert Heijn verkocht een eigen gebottelde Rioja. Men had vaak zelfs geen idee hoe die wijnnaam uitgesproken werd. Ze zeiden ‘Rio Jaaaa’. Landen als Australië, Chili en Zuid-Afrika stonden simpelweg nog niet op de schappen. Maar de opkomst van die wijnlanden heb ik wel van dichtbij meegemaakt, onder meer door er naartoe te reizen. Een wijnschrijver moet per definitie een wijnreiziger zijn. Nog werkend op het reclamebureau stelde ik Het Parool voor om een wekelijkse wijnrubriek te beginnen, de eerste van het land. Een jaar later, in 1971, stelde ik iets dergelijks voor aan Het Financieele Dagblad. De wekelijkse wijncolumn daarin heeft 41 jaar lang bestaan. De hoofdredacteur van het FD die mij aannam heb ik overigens nooit ontmoet, alles ging per post.”

Een kleine selectie van boeken uit Hubrechts repertoire

Wat en wanneer was je grote doorbraak als wijnschrijver?

“Met mijn eerste boek over Bordeaux, over de grands crus. Dat bestond namelijk nog niet. Drie jaar lang heb ik pogingen ondernomen om voor ‘De Grote wijnen van Bordeaux’ een uitgever te vinden. Met als gevolg dat ik in januari 1975 in mijn Deux Chevaux richting Bordeaux reed om alle Grand Cru’s in de Médoc en later Saint-Émilion, Graves, Pomerol (Pétrus) te bezoeken. Iets dat geen enkele andere auteur eerder had gedaan. Ik was een bezienswaardigheid: een Hollander die een boek schrijft over Bordeaux?! Ze waren verbijsterd. Op de terugweg naar Nederland stond de Deux Chevaux schuin omhoog, zo veel kisten wijn had ik gekregen. Ik vreesde de douanecontrole in Lille, maar gelukkig kon ik zo doorrijden, het was zondagochtend. De douanepost bleek onbemand. Mijn boek over Bordeaux verscheen ook in de VS, Frankrijk, Duitsland en Groot-Brittannië. Deze eerste uitgave maakte het mogelijk om een serie boeken te publiceren over andere grote wijnen uit diverse streken.”

Wanneer stapte je van de typemachine over naar de computer?

“Een groot deel van mijn oeuvre schreef ik met een typemachine. Het vergde veel discipline om voortdurend vooruit te denken en zinnen vooraf te formuleren. Backspace en delete functies bestonden niet, daarom dwong ik mezelf om met een meetlint en veel precisie de woorden op papier te zetten. Rond de eeuwwisseling stapte ik over op de pc. Momenteel schrijf ik even geen boeken meer. Ik heb mijn website met een online maandmagazine waarin ik wijnen uitlicht en tips geef. Nog steeds proef ik elke maand zeker honderd à tweehonderd wijnen, om daarvan de allerlekkerste te kiezen en te beschrijven.”

Een jonge Hubrecht tegenover het bestuur van de Ordre Mondial des Gourmets-Dégustateurs.

Tot wie richt je je als je schrijft over wijn?

“Ik schrijf voor de wijnliefhebber, voor de consument. Ik heb er geen enkele moeite mee om met enthousiasme over betaalbare wijnen te schrijven, ook niet van discounters zoals de Lidl. De wijnwereld uitte daarop wel eens kritiek. Ik vind dat onterecht, omdat ik ervan overtuigd ben dat veel beginnende wijndrinkers doorgroeien met hun smaak en belangstelling – wat ook bij mij gebeurde. Ik begon met Pinard van Albert Heijn Mijn boek ‘500 betaalbare wijnen’ dat verscheen in 1974, werd zo’n 50.000 keer verkocht. Er is altijd vraag geweest naar dit soort wijnboeken, ze verschijnen nog steeds. Zo heb ik ook De Wijnalmanak (nu De Grote Hamersma) met heel veel plezier gemaakt. Hubrecht poserend voor zijn eigen werk Rond de afgelopen feestdagen schreef ik in mijn online maandmagazine over lekkere én betaalbare mousserende wijnen waaronder Crémant de Limoux, Crémant de Bourgogne en Vonkelwijn. Er stonden bewust bijna geen Champagnes tussen. Champagne is namelijk áltijd te duur. Voor die negen letters op het etiket betaal je zéker vijf à tien euro meer. Bovendien is goedkope Champagne óok goedkoop van smaak, en kun je veel beter een bubbelwijn uit andere streken of landen kopen.”

 

Veel wijndrinken is niet goed voor de gezondheid. Hoe ben je fit gebleven?

“Door alles uit te spugen ben ik fit gebleven. Ik heb wel mensen gekend voor wie ‘spuwen’ een fout woord was, maar ik zou nu bevend in een rolstoel zitten als ik slokjes van de duizenden geproefde wijnen had doorgeslikt. Spugen is heilig voor me, ik ben er religieus fanatiek in. Bij Cheval Blanc, een beroemd château in Saint-Émilion, vond ooit een lunch plaats met een selectie wijnen die meer dan driehonderd euro per fles kosten. Er stond een leger glazen voor me, maar geen spittoon. Stellig vroeg ik om een emmertje. ‘Onze wijnen worden niet uitgespuugd’ antwoordde de gastheer waarop ik opstond en wegliep. Georg Riedel, producent van de bekende Riedelglazen, rende achter me aan de trap af, en zorgde dat ik toch een spuugbak kreeg. Meteen nadat deze verscheen vroeg iederéén om zo’n bakje. Vermoedelijk durfde niemand het in eerste instantie te vragen uit een vreemd soort beleefdheid.”

Wijn uitspugen is belangrijk als je wijn proeft. Hubrecht heeft ook een paar essentiële tips om een goede wijnschrijver te worden. Nieuwsgierig? Bekijk zijn schrijverslessen hier.

Smaakt dit naar meer? Volg ons op Instagram, Facebook en schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Instagram
YouTube
Facebook